vrijdag 3 januari 2014



Mijn blogs:


Franz Rosenzweig, Stern der Erlösung: http://rosenzweigstern.blogspot.nl/

Besproken boeken:
Guus Kuijer, De Bijbel voor ongelovigen
Gerard Bodifiee, Nu is de tijd. Over tijdelijkheid en eeuwigheid. Uitgeverij Davidsfonds, Leuven 2012
Bernard Wasserstein, Aan de vooravond.  Nieuw Amsterdam, € 44,95
Dr. Tjeu van den Berk, Mystagogie. Inwijding in het symbolisch bewustzijn.  Meinema, 5e druk, 2007
Herman M. van Praag, God en Psyche. De redelijkheid van het geloven. Visies van een jood. Boom, Amsterdam, 2008
Theo de Boer & Ger Groot, Religie zonder God. Een dialoog. Uitgeverij Sjibbolet, Amsterdam, 2013
Herman M. van Praag, God en Psyche. De redelijkheid van het geloven. Visies van een jood. Boom, Amsterdam, 2008
Dekker, Willem Maarten, Provocatie. Over de zin van God en geloof
Uitg. Groen, € 14,95
Tjarko Evenboer, De wereldwijde vloed. Uitg. Gideon, Hoornaar. € 19,95

Doreen Hazel, Kettingdragers. Narratio, 2013
Dekker, Willem Maarten, Provocatie. Over de zin van God en geloof
Uitg. Groen, € 14,95
Dr. W. Barnard, Eredienstvaardigheid. Prof. dr. G. van der Leeuw-stichting, Amsterdam 1972
Het nieuwe Liedboek, bv Liedboek, 2013
Sam Harris, The End of Faith
Rudolf Boon,  Ons cultureel draagvlak
Mok, Daniël, Rudolf Otto. Het kwetsbare leven. Abraxas, Amsterdam, € 12,50
Kruyswijk, Hittjo, Baas in eigen Boek? Evolutietheorie en Schriftgezag bij de Gereformeerde Kerken in Nederland. Dissertatie
Sören Kierkegaard, Vrees en beven.
Koert van der Velde, Flirten met God. Religiositeit zonder geloof. Ten Have, 2011
Het Nieuwe Liedboek andermaal
Bloeme Evers-Emden, Als een pluisje in de wind. Uitgeverij Van Praag, Amsterdam, € 19,95
Carel ter Linden, Wat doe ik hier in Godsnaam? Een zoektocht. De Arbeiderspers, 2013
M. Baigent & R. Leigh, De tempel en de loge. Tirion Uitgevers, Baarn, 2007
Francis Chan met Preston Sprinkle, Bestaat de hel?
Jan Nieuwenhuis, De ziener
Jacques van de Baan, Serpent. Den Hertog, Houten. € 19,95
Andries Hoogerwerf, De politiek en de dood. Oorlog en vrede opnieuw bezien. Damon, € 20.90
Andries Hoogerwerff, Haat tegen minderheden
Gerard Aalders, Gevecht met de tijd. Hoe de aarde in 4 eeuwen 4 miljard jaar ouder werd. Uitg. Aspekt, 2013, € 1895



Gerard Aalders, Gevecht met de tijd, Uitg. Aspect, 2013, € 18,95

Hoe oud is de aarde? Die vraag heeft wetenschappers in alle tijden bezig gehouden. Althans, voor zo ver zij niet uitgingen van een cyclisch verloop: opkomst, groei naar hoogtepunt, ondergang en nieuw begin. Dit hield in dat alleen het jodendom in de oudheid een begin van de wereld als zekerheid aannam, een begin duidelijk als initiatief van God, de Schepper van hemel en aarde. De nog steeds gehanteerde joodse jaartelling getuigt hiervan: we leven nu in 5774 na het begin van de wereld.
In de christelijke wereld van de zestiende eeuw geloofde men heilig in de historiciteit van de Bijbel. De vraag naar de ouderdom van de aarde werd op die grond door James Ussher, bisschop van Armanagh in Ierland, na een studie van jaren, die inhield dat hij vele, vooral Bijbelse, manuscripten bestudeerde, ‘definitief’ vastgesteld: God begon zijn scheppingswerk op zondag 22 oktober van het jaar 4004 v. Chr. De wereld zou nu dus 6017 jaren oud zijn.
Maar definitief was die conclusie toch niet. De astronomen Copernicus, Brahe, Galileï en Kepler kwamen tot de conclusie dat de aarde niet de centrale plaats in het heelal innam, die theologen haar hadden gegeven. Dit was de eerste schok die de wetenschap het christelijk geloof toebracht. De twijfel aan het gebeuren van een wereldwijde zondvloed kwam op: waar kwam al dat water vandaan?
Gerard Aalders geeft in dit boek een boeiende beschrijving van de wetenschappers die zich richtten op de leeftijd van de aarde en de kosmos. Moeilijke zaken kan hij eenvoudig beschrijven zonder al te veel te simpliciferen. Ik kwam veel te weten wat ik nog niet wist. Terwijl Ussher studeerde en met zijn resultaten kwam, stuurde het Vaticaan ene Martini naar China om de Chinezen te bekeren. Dat lukte van geen kant, Martini begon integendeel te twijfelen: hij bestudeerde de kronieken van de keizers, die teruggingen tot de tijd voor het jaar waarin de zondvloed zou hebben plaatsgevonden. Maar een dergelijke overstroming kwam in die kronieken niet voor.
U moet natuurlijk zelf het boek lezen, wil u alle ontwikkelingen te weten komen. Ik kan alleen maar een paar gegevens er uitlichten. Zo het feit dat John Webb vaststelde dat God Chinees had gesproken op grond van de ouderdom van de Chinese cultuur en de door hem vermeende overeenkomsten tussen de Chinese en Hebreeuwse lettertekens. Isaac Newton hield zich ook al met de Bijbelse chronologie bezig en ontdekte een aantal tegenstrijdigheden.
Pas de geologen kwamen echt met bewijzen dat de Bijbelse historiciteit niet klopte. De aardlagen met de fossielen gaven een heel ander beeld. Pas na 1800 breken wetenschappers dan met het geloof in de historiciteit van de Bijbel. Pogingen om de tijdsduur van dagen voor de Bijbelse beschrijvingen te verlengen, zetten niet veel zoden aan de dijk. Het werd een dijkdoorbraak zonder meer. De wiskundige Laplace schijnt al eens tegen Napoleon te hebben gezegd dat hij buiten de hypothese ‘God’ kon. Charles Lyell breekt in dezelfde eeuw met het geloof in een goddelijke interventie in de natuurwetten. Toen waren ook biologen in navolging van Darwin al actief in het denken over de leeftijd van de aarde. Lord Kelvin bestreed Lyell op grond van zijn opvattingen over thermodynamica, maar kwam uiteindelijk toch ook met een onbijbelse conclusie: de aarde zou 20 miljoen jaar geleden vaste vorm hebben gekregen. Maar Ernest Rutherford haalde die schatting al tijdens Kelvins leven overhoop op grond van zijn studie van röntgenstraling. Hij kwam uit op 5oo miljoen jaar. De radiometrie, metingen op grond van een radio-actieve straling volgde al snel en de schattingen werden steeds hoger. Boltwood kwam met 2,2 miljard jaar, Holmes met 1,3 – 3 miljard jaar. Rutherford’s schatting bedroeg in tweede instantie 3,4 miljard jaar, die van Patterson zelfs 4,55 miljard jaar en in 1956 corrigeerde Holmes dit weer naar 3,45 jaar. Dat getal wordt nu nog aangehouden, al las ik laatst een getal van 3,75 jaar. Ach, wat meer of minder…
Aalders besteedt tot slot aandacht aan de opvattingen van creationisten – in Amerika heel sterk vertegenwoordigd – en aanhangers van Intelligent Design. Interessant hoe deze mensen zich blijven vastklampen aan een letterlijke opvatting van de Bijbel.

woensdag 18 december 2013



Andries Hoogerwerf, Haat tegen minderheden

De multiculturaliteit en het verzet daartegen zit  prof. Dr. Andries Hoogerwerf, geweldig dwars. Al in vorige boeken, Wij en zij. Intolerantie en verdraagzaamheid in 21 eeuwen (2002) en De donkere onderstroom. Extreem gedrag in politiek en samenleving (2008) sneed hij deze thematiek aan. Gelijkwaardigheid staat hem als ideaal voor ogen. Vanuit die optiek schreef hij ook dit boek. Waar de gelijkwaardigheid niet in acht wordt genomen, achten mensen zich beter dan anderen en ontstaat er minachting, die in haat kan verkeren. De auteur schrijft voornamelijk over haat jegens bevolkingsgroepen.
Uuiteraard is dit boek uit de actualiteit voortgekomen. Maar dat wil niet zeggen dat de auteur nu een boek over politiek heeft geschreven. Hij beperkt zich strikt tot het maatschappelijk verschijnsel haat. Maar wel concretiseert hij soms in de actualiteit wat hij theoretisch heeft uiteengezet. Op p. 18 komt Wilders al ter sprake, “de enige voorzitter en tevens het enige lid van de Partij voor de Vrijheid (PVV)”, zoals de auteur niet zonder humor schrijft. Die humor hanteert hij zeer sporadisch. Op p. 31 plaatst hij bijvoorbeeld een aardige oneliner: “Mensen máken problemen, omdat zij problemen hebben.”
Hoogerwerf hanteert nogal eens de term “extreem rechts”. Dat lijkt wat vaag, maar hij omschrijft het begrip en trekt ook de grens tussen deze term en “rechts extremistisch” extreem rechts predikt haat, zo ongeveer omschrijft hij de begrippen – hij noemt in dit verband Wilders -, maar rechts extremistisch past die in praktijk toe, wat Wilders dus niet doet.
Een samenvatting van het boek is in dit bestek onmogelijk. Studenten die dit boek moeten lezen – en hopelijk zal dit gebeuren – zullen er een kluif aan hebben. Hoogerwerf schrijft heel gedetailleerd, feitelijk zonder ingelaste beschouwingen. De bespreking van één hoofdstuk is al genoeg om de beschikbare ruimte te vullen.
Daartoe kies ik Hoofdstuk 3, “De groep en haat”. Allereerst komt het begrip stereotypen ter sprake. Die worden gehanteerd om een groep uiteenlopende mensen te karakteriseren. Je verzamelt de belangrijkste negatieve eigenschappen van verschillende mensen, voegt die samen en je hebt een stereotype. Tekenaars hebben daar dankbaar gebruik van gemaakt. Ouderen onder ons herinneren zich misschien Albert Hahn met zijn dikke kapitalist met een naar verhouding even dikke sigaar in zijn hoofd. Op p. 469 van De begraafplaats van Praag door Umberto Eco staat een heel kwaadaardige tekening van de stereotypysche jood met als tekst een citaat uit dit boek: “… ik zou wel willen eindigen met een forse uitspraak, iets wat blijft hangen, om de Joodse kwaadaardigheid te symboliseren. Bijvoorbeeld: “We koesteren ongebreidelde eerzucht, onverzadigbare hebzucht, onverbiddelijke wraakzucht en intense haar…”. Wie zo denkt, behoeft een volk niet meer te leren kennen, Hoogerwerf citeert een uitspraak: “Als je één Aziaat kent, ken je ze allemaal.”
Dan komt de samenzweringstheorie ter sprake, zoals die nu nog door de tegenstanders van president Obama wordt gehanteerd. “Bij extreme moslims leeft het idee van een samenzwering van het ongelovige Westen tegen de islam. Bij extreem-rechts vreest men een samenzwering van de moslimwereld om het Westen voor de islam te veroveren”, aldus de auteur.
Daarna komt de theorie van de zondebok, zoals Girard die heeft ontwikkeld, ter sprake. Die denkwijze leidt ertoe dat onschuldige mensen worden gedood als delging van vaak vermeende schuld of om de daders de dood te doen ontlopen.
Dan het begrip gehoorzaamheid. De gehoorzaamheid aan gezag, het verkeerde wel te verstaan, leidt tot het praktiseren van de door dit gezag gepredikte haat. Dit kan leiden tot gewelddaden als routine, waarvan massamoord het gevolg is.
In het laatste hoofdstuk beschrijft Hoogerwerf mogelijk beleid tegen haat. Hij beschrijft een aantal mogelijkheden, maar onderkent ook het probleem dat haat irrationeel is en daarom moeilijk met argumenten en voorlichting kan worden bestreden.
Ik sluit af in de hoop dat u alles wat ik niet van dit boek heb genoemd zelf wilt lezen.

Wim Kleisen

donderdag 5 december 2013

Andries Hoogerwerf, De politiek en de dood. Oorlog en vrede opnieuw bezien. Damon, € 20.90

Heb ik net de boeken uit de jaren van de vredesbeweging naar de boekenmarkt in Delden gebracht, komt het nieuwe boek van onze stadgenoot prof. Andries Hoogerwerf binnen. Dat is natuurlijk geen probleem, want we zijn nu twintig tot dertig jaar verder en er is heel wat veranderd. Dit boek vervangt de verwijderde boeken heel goed.
De auteur heeft een vracht documentatie doorgewerkt. Maar dit boek is geen omgevallen boekenkast. Hij gebruikt de documentatie voor een feitelijk betoog, hoewel hij ook zijn eigen mening daarnaast verstrekt, maar steeds genuanceerd. Zo schrijft hij al in het eerste hoofdstuk (p. 11): “Een groot raadsel is hoe overheden, die volgens een eeuwenoude visie vooral tot taak hebben mensen te beschermen, ertoe kunnen komen een deel van hun eigen volk massaal te doden.”  En – nog een voorbeeld – op p. 128 schrijft hij over het vetorecht in de Veiligheidsraad: “Het is vooral in het belang van de vijf permanente leden, want het voorkomt dat een besluit tegen de wil van één of meer van deze grote landen wordt genomen. Maar indirect is het ook in het belang van andere landen, want het beperkt de kans op een conflict en eventueel een oorlog met een groot land.”
Het begrip oorlog wordt van alle mogelijke kanten belicht en vaak uitvergroot. In het eerste hoofdstuk neemt de auteur een voorschot op de beschrijving van de problematiek en licht hij de opzet van het boek toe. Je doet er goed aan dit bij verdere lezing bij de hand te houden. Met als cases o.a. de oorlog in Irak, de Cubacrisis en het vredesakkoord tussen Egypte en Israël bespreekt Hoogerwerf de effecten van politiek leiderschap, van diplomatie en politiek beleid. Overigens komt hier ook Zum ewigen Frieden van de filosoof Kant aan de orde. Het valt op dat de auteur in dit boek een stevig aantal filosofische visies bespreekt, hoewel hij geen politiek filosoof genoemd wil worden.
Vervolgens wordt het geweld als individueel verschijnsel besproken, maatschappelijke oorzaken, menselijke neigingen en de psychologie van dictators als Hitler en Stalin passeren de revue. Terecht wordt Erich Fromm hier als bron gebruikt.
Ook de cultuur is een bepalende factor. Is er sprake van een militaristische samenleving, dan is het risico van oorlog groot. Pacifisme en geweldloos verzet worden in dit vierde hoofdstuk beschreven als factoren in het oorlogsgebeuren.
De factor macht is het onderwerp van het zesde hoofdstuk, ook het ontbreken van macht in falende staten en het verschijnsel terrorisme.
In het zesde hoofdstuk wordt ongelijkheid in welvaart en macht besproken en in het zevende wordt een hele reeks nationale en internationale conflicten geanalyseerd. Hier biedt de auteur ons soms al mogelijkheden tot oplossing van conflicten, bijvoorbeeld de Israëlisch-Palestijnse kwestie. Dit zet hij in 8 en 9 voort, zoals samenwerking en het oprechte streven naar internationale overeenkomsten.
In het tiende hoofdstuk rondt Hoogerwerf zijn boek af, samenvattend, concluderend en suggererend. De titel van het boek komt als hoofdstuktitel terug. Hij heeft ons een rijk boek geschonken, vol met inzichten van tal van auteurs, die hij met vaste hand in het betoog invlecht. Hij brengt een evenwichtig geheel van historische feiten, filosofische visies, mogelijkheden om vrede te bewerkstelligen c.q. te handhaven. Hij combineert een objectieve schrijfstijl met een toch persoonlijke benadering. Het boek eist nauwkeurige lezing en nodigt uit tot gesprek, eventueel ook in gemeenteverband.
N.B. Deze bespreking dateert van 2011